Vroeger was er in Nederland helemaal geen zorgverzekering. Pas aan het einde van de 18e eeuw en aan het begin van de 19e eeuw ontstonden de eerste ziekenfondsen. Deze eerste ziekenfondsen ontstonden vooral in de verstedelijkte gebieden. Doel van deze ziekenfondsen was om er voor te zorgen dat mensen met weinig geld toch nog een beroep konden doen op medische hulp.
Er was in die tijd nog geen wetgeving op dat gebied, en het ging er heel anders aan toe dan tegenwoordig. Mensen die al ziek waren werden niet aangenomen bijvoorbeeld.
Gedurende de tweede wereldoorlog werd het ziekenfonds ingevoerd; mensen die minder verdienden dan een bepaalde grens waren verplicht verzekerd via het ziekenfonds.
Dit bleef zo tot 2006. Omdat de kosten van de gezondheidszorg enorm bleven stijgen en er ook verschillende economische crises plaatsvonden moest het ziekenfonds systeem vervangen worden door het huidige stelsel van zorgverzekeringen.
De premie van de zorgverzekering is voor iedereen gelijk. De keuze om gebruik te maken van aanvullende verzekeringen is voor iedereen persoonlijk.
Natuurlijk besefte de toenmalige regering dat niet iedereen in staat was om de premie van de zorgverzekering te kunnen betalen. Daarom werd er een systeem van toeslagen bedacht.
De zorgtoeslag is er daar één van. Door het aanvragen van zorgtoeslag zijn de lagere inkomens ook staat om de premie te betalen.
Anders dan wel eens gedacht wordt: de zorgtoeslag is geen lening. Het is een tegemoetkoming. Je hoeft de zorgtoeslag dan ook niet terug te betalen. (Behalve als je, door bijvoorbeeld fraude, de zorgtoeslag onterecht gekregen hebt. Dan moet je wel terugbetalen natuurlijk.)